gesigneerd- aquarel 47×32 cm NB: Er wordt gesuggereerd dat de man
Adolphe Botard zou kunnen zijn Verkocht
Over de kunstenaar
Eind 1886, na zijn terugkeer uit Parijs, vertrok Breitner naar Amsterdam. De stad verkeerde in een overgang; de industrie groeide en het moderne verkeer begon zijn eisen te stellen: enkele grachten werden gedempt en nieuwe woonwijken werden aangelegd. Breitner was gefascineerd door de doorbraken en de stadsuitbreidingen, maar ook door wat hij noemde 'de fijne damp': de schilderachtigheid van de vormen en de kleuren in de binnenstad.
In 1886 bezocht hij ook enige tijd de Rijksakademie en werd al gauw lid van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Hier ontstonden zijn belangrijkste werken, waardoor hij de grote uitbeelder zou worden van de stad en het Amsterdamse leven, zowel bij het licht van de dag, als in de nacht.
Gretig zocht Breitner naar nieuwe opvattingen, nieuwe technieken en nieuwe onderwerpen voor zijn werk, waarbij al gauw zijn foto's vaak als schets vooraf gingen dienen voor het opbouwen van zijn schilderijen. In zijn eerste jaren in Amsterdam schilderde hij vooral naakten en portretten, zoals het bekende portret van de actrice Theo Frenkel Bouwmeester. In Amsterdam werd Breitner opgenomen in de kring van kunstenaars en schrijvers die zich had gevormd rond het tweemaandelijkse literaire tijdschrift De Nieuwe Gids. Met zijn naakten, doorleefde portretten en vooral met zijn stadsgezichten werd Breitner een van de leiders van een groep jonge kunstenaars, de Amsterdamse Impressionisten, die in die jaren een belangrijke verschuiving teweeg brachten binnen het artistieke klimaat in Amsterdam.